Momlife, Persoonlijk

Help! Hij heeft een mening!

“Nee, die vind ik niet leuk. Geef maar aan iemand anders.” In eerste instantie dacht ik dat ik het verkeerd verstond, maar toen ik die opgetrokken wenkbrauw zag wist ik dat het niet zo was. Mijn peuter had zijn mening gedropt…

Een paar weken eerder had ik een superleuke regenjas bij de Zara besteld. Niet in de sale, dus eigenlijk mag ik van mezelf dan niet dit soort uitgaven doen, maar ja, ik was gewoon op slag verliefd. De toffe kleur, de warme voering en het feit dat de peuter nog geen regenjas had, trokken me over de streep. Maar mijn bijna 3-jarige zoon dacht er anders over. Nou had ik dat ook wel verwacht, want hij is niet dol op veranderingen. In de breedste zin van het woord, dus ook nieuwe kleding is altijd weer even een dingetje.

Een razende storm
Maar niet alleen dit voorval tekent de status van de peuter momenteel, ik kan er nog duizend noemen. Sterker nog, ik kan er een boek over schrijven. Waar wij de afgelopen jaren te maken hadden met een lief, rustig en meegaand jongetje, is dat de laatste tijd een beetje aan het veranderen. Nu wil ik wel meteen zeggen dat zijn gedrag niet abnormaal of buitenproportioneel is hoor, want het is gewoon een peuterpuber zoals een peuterpuber is, maar ja, het is voor mij wel even schakelen. Ik neem hem natuurlijk helemaal niets kwalijk. Nul procent. En in negentig procent van de tijd is het nog steeds mijn lieve knuffelige grappige Tichootje, maar om eerlijk te zijn vind ik het soms best pittig. Niet omdat ik het niet aankan hem weer ‘op de goede weg’ te krijgen, maar omdat mijn hart breekt als ik zie hoe er een storm door dat kleine lijfje raast. Als ik zie hoe bepaalde emoties totaal niet gereguleerd kunnen worden en hij gewoonweg niet weet hoe hij ermee moet dealen. Ik zou zo graag die storm van hem overnemen.

To meltdown or not to meltdown
Maar goed, zo werkt het niet. Het enige wat ik kan doen is hem helpen bij het onder controle krijgen van wat hij voelt en denkt. Ik moet hem leren dat het erbij hoort, dat het over gaat én dat de situatie echt niet opknapt van een meltdown. Aan de andere kant vind ik het heel belangrijk om hem ook de ruimte te geven voor de emoties. Ik wil dat hij leert dat het mag, dat boos zijn, verdriet voelen of gek worden van onmacht. Het is gewoon een beetje een constante battle die ik met mezelf voer: ik wil hem niet het gevoel geven dat er geen ruimte is voor zijn emoties maar ik wil ook niet dat hij te pas en te onpas een meltdown krijgt omdat dingen anders lopen dan hij had voorzien. Het blijft voor mij persoonlijk wel iets waar altijd room for improvement is – gewoon omdat ik denk dat je omgaan met boze kinderen nooit volledig onder de knie hebt en het bovendien in iedere situatie weer verschilt wat de meest ideale aanpak is – maar dat geeft niet. Ik word er immers ook niet slechter van als ik wat bijleer.

Waarom eigenlijk?
De eerste stap naar het goed omgaan met een boos kind is begrijpen waarom je kind boos is. En nee, die woede komt echt niet enkel en alleen door het feit dat er geen zes auto’s mee in bad mogen. Ik heb me er een beetje in verdiept en in grote lijnen komt het erop neer dat kinderen van zo rond de drie jaar oud zich heel erg bewust worden van zichzelf. Ze krijgen in de gaten dat ze een eigen persoon zijn, met een eigen mening én ze snappen dat ze met die mening best wel wat voor elkaar kunnen boksen. En dat gaan ze dus uitproberen. Zo krijg je ineens discussies over wat er al dan niet op het brood moet, over de kleding die gedragen moet worden en over welke boodschappen er per se in het winkelkarretje moeten. En als het dan niet gaat zoals dat peuterbrein het op voorhand verzonnen had, tja, dan ben je de Sjaak. Want dat peuterbrein wil dan graag even checken wat de gevolgen zijn als er gestampvoet wordt. Of gegild. Of op de grond gerold.

What to do?
Nu je weet dat het bij ons thuis soms ook echt wel een compleet circus is met driftige kids, kan ik je ook vertellen wat ik doe om driftbuien te voorkomen (want ook in dit geval geldt: voorkomen is beter dan genezen). Eigenlijk is dat heel simpel: ik ben oprecht negen van de tien probleemsituaties voor door mijn kind overal op voor te bereiden. Ik vind het zelf ook rammend irritant als ik niet weet wat er precies van me verwacht word, dus ik kan me voorstellen dat het voor zo’n driejarig mormel niet anders is. Concreet voorbeeld: ik vertel hem een paar minuten voordat we weggaan dat we weggaan. Of ik leg hem al voordat we me naar de supermarkt gaan uit dat we naar de supermarkt gaan, dat hij daar een eigen karretje mag en dat hij fruit mag uitkiezen. Als hij dan begint over snoep, dan help ik hem herinneren aan de eerdere boodschap. Tot slot gebruik ik vaak de ‘kies maar’ tactiek. Dan geef ik hem twee opties waar hij zelf een keuze in mag maken. Op die manier krijgt hij het gevoel dat hij de baas is en ik stuur hem binnen de kaders. Dit doe ik vaak met broodbeleg – kies maar: jam of pindakaas – en met kleding – wil je deze of deze schoenen?

Verder nog tips?
Vooropgesteld: ik doe ook maar wat en ieder kind is anders en heeft dus behoefte aan een andere aanpak. Maar wat simpele tips die je misschien een beetje helpen als je met de handen in het haar zit:

– Tel tot tien. Of honderd. Probeer in ieder geval die eerste reactie even te laten voor wat het is, want dat is vaak niet de allerbeste reactie.
– Blijf rustig en blijf communiceren. Hoe lastig het soms ook is, ik probeer altijd contact te houden met mijn kind. Bij Ticho werkt een knuffel vaak heel goed en als ik hem dan stevig beet heb, dan is hij zo weer gekalmeerd. Daarna spreken we nog even door wat er zojuist gebeurde en komen we samen tot een oplossing. Soms is dat ook niet de manier hoor, maar daar kom ik zo op terug.
– Wees consequent. Dit vind ikzelf weleens lastig, omdat ik na tien minuten wel klaar ben met het gezeur om nog een boekje/liedje/filmpje en dan om van het gezeur af te zijn maar instem met de wensen van de kleine dictator. En da’s niet goed want tja, nu denkt het kind dus dat dit de manier is om alles voor elkaar te boksen,
– Wees niet te soft. Of nou ja, dat moet ieder eigenlijk voor zich weten, maar ik denk dat Robert en ik allebei best wel streng zijn en persoonlijk vind ik dat ook belangrijk. Want laten we eerlijk zijn: we leven in een gigantische knuffelmaatschappij waar iedereen mag zijn wie hij is en waar alle ruimte is voor emoties en gevoelens, maar tegelijkertijd zijn er nog nooit zoveel kinderen met allerlei problemen geweest. Ik denk dat daar wellicht best eens een verbandje kan zitten en vind het dus belangrijk om mijn kinderen in het gareel te houden. En soms is een knuffel dan niet de manier (een pak rammel ook niet, natuurlijk niet, maar gewoon even beetpakken, streng toespreken, een halt toeroepen, eigenlijk alles wat nowadays door alle opvoedexperts wordt verboden).

Goed, ik vond het best wel lastig om dit op te schrijven omdat ik niet wil dat er een slecht beeld van mijn kind heerst ofzo. Ik heb daarom geprobeerd duidelijk te maken dat het gewoon een kind van bijna drie is, die zo nu en dan z’n fratsen heeft. Zoals alle driejarigen dat hebben. De focus ligt in dit geval minder op de peuterpuberteit van mijn zoon en meer op hoe ik daar als moeder mee deal. Want dat wil ik wél delen: hoe is het voor mij, hoe ga ik ermee om en wat doe ik eraan om de situatie de baas te blijven. Hopelijk hebben mensen er iets aan, al is het maar een beetje herkenning, en snappen jullie dat mijn grote peuter echt nog steeds de allerliefste van de wereld is.

Bedankt voor het lezen!

>> Wil je niets missen? Volg me dan op Instagram (@anoukzwager). 

Dit vind je misschien ook wel leuk!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *