Momlife

Het Nijntje Museum: onze ervaring + tips

Wij gingen afgelopen weekend naar het Nijntje Museum. Daar had ik al veel positieve verhalen over gehoord, dus het werd tijd om het zelf te ondervinden. Wat vonden we ervan?

Het Nijntje Museum bevindt zich in (het centrum van) Utrecht, is van dinsdag tot en met zondag geopend van 10.00 uur tot 17.00 uur en staat – je raadt het al – volledig in het teken van Nijntje Pluis, het beroemde (Utrechtse) konijn van Dick Bruna.

Tarieven
Om het museum in te komen, is een toegangsbewijs noodzakelijk. Omdat het een enorm populaire plek is, zou ik je aanraden om je kaartjes online alvast te bestellen. Is niet alleen goedkoper, maar zorgt er ook voor dat je verzekerd bent van een plekje. Kinderen van 0 tot en met 1 jaar zijn gratis. Voor kinderen van 2 tot en met 6 jaar betaal je €9,50, voor kinderen van 7 tot en met 17 jaar ben je €6 kwijt en dat bedrag mag je als volwassenen ook afrekenen. Verder biedt het museum de optie om een gezinsticket te kopen. Dan betaal je €23,50 voor twee volwassenen en twee kinderen.

Drukte
Het eerste wat me te binnen schiet als ik terugdenk aan ons bezoek aan het museum is het woord DRUK. Want men, wat was het druk. Werkelijk OVERAL liepen dreumessen en peuters, het was een herrie, ik struikelde over de kinderwagens en mijn oren suisden nog flink na toen ik thuis was. Moet je nagaan hoe dat zou zijn als ze geen gedoseerde toegang zouden geven. Want ja, dat doen ze daar. Je kunt per tijdsvak naar binnen, om te voorkomen dat het écht een gekkenhuis wordt. Je bestelt dus als het ware je kaartjes voor – bijvoorbeeld – toegang tussen tien en half elf. Binnen dat tijdsbestek moet je binnen zijn, maar je mag vervolgens wel zo lang blijven als dat je zelf wilt.

Bereikbaarheid
Het museum zit in het centrum van Utrecht dus je zult begrijpen dat het met eigen vervoer redelijk lastig te bereiken is. Er is een aantal parkeerplekken tegenover het museum en met mazzel tref je een plekje langs de straat, maar dikke kans dat je een eindje van het museum vandaan moet parkeren. Op ongeveer tien minuutjes lopen zit een parkeergarage. Zowel nabij het museum als in de parkeergarages moet je betalen voor je parkeerplek. Wij rekenden ruim vijf euro per uur af. Met het OV is het museum wél prima te bereiken (onder andere met bus 2).

Faciliteiten
Aan werkelijk alles kun je merken dat dit museum gericht is op kleine kinderen. Overal is over nagedacht. Zo is er bijvoorbeeld een speciale ruimte om je kindje te (borst)voeden, zijn er veel schone toiletten om je kindje te verschonen, zijn de wasbakken op kinderhoogte, staan er flessenwarmers, is de kapstok niet alleen op grote-mensen-hoogte maar ook op kinderhoogte en dat geldt ook voor de trapleuning, kun je met gemak je kinderwagen door de lokalen manoevreren en ga zo maar door. Bovendien zijn er meer dan genoeg kluisjes, staat er een ‘snoepautomaat’ met Nijntje-koekjes, kun je op het zogenaamde picknickplein je eigen eten en drinken meenemen en zit er buiten het museum een soort Nijntje-restaurant. Overal is dus aan gedacht.

De voedingsruimte. In deze ruimte staat ook een flessenwarmer, zodat je dus niet hoeft te klooien met een thermoskannetje met water.
Een beetje drinken op het zogenaamde picknickplein. Ideaal dat hier gewoon een aparte ruimte voor is en je je zelf meegebrachte eten en drinken kunt nuttigen.
De lage trapleuning zodat kinderen zelf de trap op en af kunnen. Bovenaan de trappen zitten overigens geen traphekjes, maar dat komt omdat veel mensen dat open laten staan en het op die manier een soort ongewenste schijnveiligheid biedt. Ook leuk: op de traptreden kun je cijfers lezen en op die manier oefenen met tellen.
Meer dan voldoende ruime toiletten met verschoningsmogelijkheden. Alles zag er prima schoon uit.
Wasbakjes op ideale hoogte zodat de kinderen zelf hun handjes kunnen wassen.

Dit kun je doen
De mogelijkheden in het museum zijn zo ongeveer eindeloos. Het museum is opgebouwd uit diverse kamers, bijvoorbeeld ‘de dokter’, ‘het kunstlokaal’ en ‘de dierentuin’. In iedere ruimte staan allerlei attributen die je kind uitdagen om ermee aan de slag te gaan. Wát ze er dan vervolgens mee doen, dat mogen ze zelf weten. De creativiteit wordt enorm gestimuleerd. Ticho vond het leuk om vormpjes in de boxen de stoppen, heeft even staan kijken bij de muur waar je je eigen tentoonstelling kon maken, pielde wat op een tafel met lichtgevende kleurplaten, reed een rondje in de trein, zorgde voor het zieke Snuffie, wierp in een blik in de boekjes en liet zijn innerlijke Picasso los in het kunstlokaal. Ik kan nog wel even doorgaan, want in het museum kun je ongeveer tienmiljard dingen doen.

De juiste vormen in de toren stoppen: heel leuk, maar met een beetje frummelen past ieder vormpje door ieder gaatje.
Bij deze muur kun je je eigen tentoonstelling maken met de spullen die in de betreffende kamer liggen. Er was eigenlijk maar één attribuut waar Ticho aandacht voor had: de banaan.
Rondjes op de trein, die je wel moest voortduwen door als een Flintstone te lopen (maar waar het kind dus niet zo heel erg veel zin in had).
Het kunstlokaal, waar je kunt kleuren en verven. Er hangen schortjes klaar en alle spullen die je nodig hebt zijn beschikbaar.
Bij de dokter, waar Ticho dus drukdrukdruk was met de dokterjas en de deken voor dat zieke kind.
Nog meer spelen! In het hele museum zitten onverwachte hoekjes en gaatjes waar kinderen gewoon hun eigen invulling geven aan de bedoeling van dat stuk. Leuk om te zien!
De boekenkast vol met Nijntje-boekjes. Naast deze kast stonden stoelen en een bank én hing er een soort telefoon die een verhaaltje vertelde.

Dit kun je leren
Het is natuurlijk een museum, dus het moet wel educatief zijn. In het Nijntje museum kun je heel veel dingen leren. Bijvoorbeeld over vormen, over kleuren, over dieren, je traint er je zintuigen, leert opruimen, samenspelen, je leert er over verkeerslichten, over lengte, gewicht en je leert er ook over Nijntje en de geschiedenis daarvan.

Genoeg te leren!
Tuinieren. In deze kamer kon je klussen, met de kruiwagen wandelen, in de keuken spelen en nog duizend-en-één dingen in en rondom het huis van Nijntje.
Overal dit soort hoekjes.

De verkeerstuin kon wel een paar stoplichten gebruiken. Wát een gekrioel van kleine kinderen was het daar. Vond ik jammer, want daardoor was er eigenlijk te weinig om mee te spelen of te leren.
In de dokterszaal kunnen kinderen kijken hoe lang ze zijn, hoe zwaar ze wegen, zien je zichzelf in lachspiegels, hangen doktersjassen enzovoorts.
Tja, het is en blijft een museum.

Welke leeftijd?
Via Instagram kreeg ik een aantal keer de vraag vanaf welke leeftijd ik het museum geschikt vind en of er ook een soort maximale leeftijd aan verbonden zit. Ik vind het lastig om daar een goed antwoord op te vinden, maar op basis van mijn eigen ervaring zou ik zeggen dat het geschikt is vanaf een jaar of twee – mischien ietsje jonger – tot een jaar of vier maximaal. Als kinderen jonger zijn dan ben je denk ik erg veel bezig met ze begeleiden en helpen, terwijl het juist zo leuk is als ze zelf gaan ontdekken. Als kinderen weer iets te oud zijn, dan kan ik me zo voorstellen dat het een beetje aan de saaie kant is. Ticho vond het nu erg leuk, maar ik denk niet dat ik hem over een jaar nog een plezier zou doen met dit uitje.

Gaan wij nog eens terug?
Een mooie graadmeter voor het eindoordeel is natuurlijk of wij nog eens terug zouden gaan. Kan ik duidelijk over zijn: met Ticho niet maar in de toekomst met ons Tessie wel. Ik denk dat Ticho het wel gezien heeft en dat het toch meer een jongetje voor de (buiten)speeltuin is en wat minder voor dat gepriegel in die kleine kamertjes, maar omdat ik vind dat Nijntje toch wel een beeeeetje bij de opvoeding hoort, zou ik er met Tess zeker weten nog naartoe gaan. Over twee jaar denk ik. Zul je zien dat je met zo’n ander kind weer hele nieuwe dingen ervaart. Dat is wel het leuke aan die plek: de hoekjes en gaatjes waar wij als volwassenen niet meer naar kijken, die stimuleren al dat grut om de leukste capriolen uit te halen.

Tot zover mijn veel te lange epistel over het Nijntje museum. Mocht je nog twijfelen om te gaan dan zou ik zeggen: doen! Het is voor die kinderen echt heel erg leuk en bovendien móet je er gewoon eens geweest zijn. Mijn laatste tip: vergeet je oordopjes niet!

Bedankt voor het lezen!


Wil je niets missen? Volg me dan op Instagram (@anoukzwager). Vind ik leuk!

Dit vind je misschien ook wel leuk!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *