Momlife, Persoonlijk

Hoe boost ik het (zelf)vertrouwen van mijn kids?

Het was geloof ik in een aflevering van Linda’s Zomerweek, waarin Sophie Hilbrand vertelde dat ‘vertrouwen’ de rode draad van haar opvoeding was. Het is me altijd bijgebleven.

Ik vond het zo mooi hoe ze dat uitlegde. Over vertrouwen krijgen, vertrouwen geven, zelfvertrouwen: het inspireerde me. En op dat moment nam ik me voor om ‘vertrouwen’ ook als basis van mijn opvoeding te zien. Ik voel me daar heel prettig bij en ik ben er oprecht van overtuigd dat het goed is om je kinderen te vertrouwen, te zorgen dat ze jou kunnen vertrouwen én te voorzien van een flinke dosis zelfvertrouwen. Want zelfvertrouwen is volgens mij noodzakelijk om zonder al teveel kleerscheuren groter te groeien. Sterker nog, zelfvertrouwen is nodig om je op latere leeftijd zo gelukkig mogelijk te houden. Maar hoe boost ik dat zelfvertrouwen van die koters eigenlijk? En hoe geef ik vorm aan ‘vertrouwen’ als basis voor alles?

Gevoelens toelaten
Ik probeer er altijd voor te zorgen dat mijn kinderen het gevoel hebben dat hun gevoelens er mogen zijn (getver wat klinkt dit zweverig). Als Ticho heel boos of verdrietig is dan laat ik hem eerst uitrazen en daarna neem ik hem bij me, vertel ik hem dat ik begrijp dat hij boos of verdrietig is en geef hem een dikke knuffel. Meestal drogen de tranen dan vanzelf. Ik denk dat dit bijdraagt aan zijn zelfvertrouwen, omdat hij voelt dat ik het accepteer, dat ik hem begrijp en dat ik zijn emoties niet afdoe als onzin of raar.

Stimuleren nieuwe dingen te doen
Dit is wel een puntje van aandacht. Ticho is niet per se dol op het ontdekken van nieuwe dingen en hij vindt het vaak al snel spannend of eng. Meestal vraagt hij zelf om hulp, bijvoorbeeld als hij van de glijbaan wil. Dan help ik hem één keer en de tweede keer laat ik hem zijn eigen gang gaan. Hij kijkt dan meestal vragend en een tikkie bangig mijn kant op, maar als ik dan zeg ‘probeer het maar lieverd, het ging net ook heel goed’ dan is dat negen van de tien keer genoeg aanmoediging om het zelf te doen. Op deze manier heeft hij al heel wat angstige momenten overwonnen.

Zelf laten aanrommelen
Je kent het wel: met enige haast moet je nog naar de supermarkt en precies dán besluit je peuter dat hij zelf zijn schoenen wil aantrekken, wat negen van de tien keer niet lukt. Hoewel ik het onwijs lastig vind en ik mezelf echt moet dwingen om die schoenen niet uit zijn handen te rukken om het klusje voor hem te klaren, laat ik hem toch zelf maar aanrommelen. Bananenvoeten, klittenband dat niet dicht gaat of een hiel die niet ín de schoen zit: ik zeg dat hij het goed geprobeerd heeft – zucht vervolgens in mijn hoofd drie keer heel diep – en zorg vervolgens dat ze écht goed zitten. Ook zo’n voorbeeld: uitkleden voordat hij gaat douchen. Wil hij dus zelluf doen. Duurt drie kwartier, maar uiteindelijk lukt het hem wel. Trots dat ‘ie dan is. Of de trap op- en aflopen, zijn eigen eten naar binnen proppen (laat ik hem al van kleins af aan doen en ik krijg echt kriebels van ouders die hun kind van ouder dan één jaar met een lepeltje of vorkje zitten te voeren) en ga zo maar door.

Complimentjes geven
Het lijkt doodsimpel, gewoon uitgebreid jubelen als ze iets goed gedaan hebben. Maar complimentjes geven is best lastig. Het heeft bij mij wel een poos geduurd voordat ik in de gaten had wat wel en geen geschikte complimentjes waren en aan welke voorwaarden een goed compliment moet voldoen. Het belangrijkste: ik probeer (PROBEER) altijd te benadrukken dat hij zo lief heeft zitten spelen, dat hij zo geconcentreerd aan zijn toren heeft gebouwd, dat hij zo goed heeft geprobeerd zijn schoenen aan te trekken en dus niet te focussen op het eindresultaat (zoals bijvoorbeeld ‘wat een mooie toren’ of ‘je hebt een prachtige tekening gemaakt’).

Klusjes geven
Dit is niet alleen goed voor het zelfvertrouwen, maar ook verrekte handig. Ticho helpt mij graag met het uitruimen van de vaatwasser, loopt op een drafje naar de prullenbak als er troep op de grond ligt, geeft de afstandsbediening aan als ik dat vraag, pakt zijn eigen bordje uit de kast en geeft mij het schone wasgoed aan zodat ik het kan uithangen om het vervolgens als het droog is samen te sorteren. Het verbaast me nog steeds vrijwel dagelijks hoeveel zo’n klein breintje weet te onthouden en ik vertel hem altijd dat ik het zo fijn vind dat hij me helpt. Hij groeit er onder mijn ogen meteen tien centimeter van.

Hem écht vertrouwen
Ook als dat betekent dat ik soms boven bezig ben en me ondertussen afvraag of hij niet toevallig beneden de muren voorziet van een mooi kleurtje stift of zijn trein kapot slaat op de televisie. Ook als dat betekent dat ik onder de douche stap en hem onbewaakt op zijn kamertje laat spelen en dus ondertussen bid dat hij niet besluit om zijn voorleesboekjes te verscheuren. Ik vertel hem vooraf duidelijk wat ik ga doen, geef hem wat om zich mee te vermaken en zeg bovendien dat ik zo terug ben. Ik vertrouw erop dat hij geen gekke dingen doet. En zo wel, dan is dat ook geen wereldprobleem (al komt een witte muur onder de rode stift wel aardig dichtbij).

Doorgaan of accepteren
Stiekem ben ik een beetje allergisch voor mensen die opgeven als iets niet meteen lukt. Vooral als deze mensen dan vervolgens een potje gaan zitten mokken. Door mijn kind te leren dat hij soms even moet doorzetten (“Ah, bijna gelukt, nog een keer proberen?”) hoop ik dat hij begrijpt dat niet alles zomaar komt aanwaaien, maar dat je soms tien keer faalt voordat je succesvol bent. Dat hij voldoende vertrouwen in zichzelf krijgt om die eerste tien keer te doorstaan en te wéten dat het lukt. Met wat dan ook. Ik hoop ook dat hij op deze manier snapt dat fouten maken mag en dat het hem uiteindelijk alleen maar wijzer maakt. En mocht het een kleine opgever zijn: dan wil ik dat hij leert dat mokken de situatie niet verandert, dus dat hij dan moet accepteren dat dingen niet helemaal gelukt zijn zoals hij bedacht had (en dat dat ook heus goed is).

Het goede voorbeeld geven
Omdat ik wil dat hij mij vertrouwt, is het voor mij belangrijk om eerlijk tegen hem te zijn. Maar waar ik me ook heel bewust van ben, is dat ik het levende voorbeeld voor mijn koters ben. Dat zij mij als ‘norm’ zien en dat ik er dus met mijn eigen gedrag voor kan zorgen dat zij zelfverzekerd zijn, doorzetten, voor zichzelf kiezen, gelukkig zijn, liefhebben en ga zo maar door. Een poos terug hoorde ik Soundos (je weet wel, die van Expeditie maar ook die leuke cabaretier die momenteel hele belangrijke dingen in haar nieuwste show te vertellen heeft) iets zeggen in de trant van: ik kan niet onzeker zijn, ik ben een moeder. En zo is het maar net.

Keuzes geven en niet te strikt vasthouden aan regeltjes
Ik laat hem niet kiezen wat er ’s avonds op het menu staat, maar hij mag tot op zekere hoogte wel zelf bepalen welke schoenen hij wil dragen of welke kleren hij aantrekt. Er is bij ons thuis altijd ruimte voor discussie en ik luister ook echt wel als Ticho vindt dat hij nog niet per se naar bed hoeft. Uiteindelijk bepalen zijn vader en ik de regels, maar die zijn niet in beton gegoten. Hij moet weten dat zijn mening óók belangrijk is. Dat hij óók een stem heeft. En zo kan het dus weleens gebeuren dat we om 19.30 uur nog lekker samen onder een kleedje op de bank zitten of voor de tiende keer een boekje lezen, terwijl hij eigenlijk al een half uur op bed had moeten liggen. Krijgt niemand iets van, behalve wat (zelf)vertrouwen.

Creativiteit stimuleren
Puntje van aandacht, ik weet het. Maar zijn creativiteit hoeft natuurlijk niet per se enkel en alleen met stiften en klei gestimuleerd te worden. Ook met Duploblokjes lukt dat aardig. Of met een voorleesboekje, waar hij dan zijn eigen verhaal bij vertelt. Of met dingen die voor ons grote mensen niet interessant zijn, maar wat voor een kind best leuk speelgoed is, zoals (plastic) bekers of lege zakjes. Ook de Wobbel is een uitdaging voor het creatief vermogen van de peuter. Het is leuk om te zien hoe hij in zijn eigen (veilige) wereld kruipt en hoe hij bepaalde situaties oplost. Groeit hij van.

Vertrouwensspelletjes doen
Dat hij van de commode mag springen en wij hem dan opvangen, het lijkt doodsimpel, maar het zegt echt heel erg veel over het vertrouwen dat je kind in jou als ouder heeft. Dit soort ‘spelletjes’ doen we veel en vaak. Zodat hij weet dat wij hem nooit laten vallen en hem altijd opvangen.

En tot slot vertel ik hem iedere dag dat ik er altijd voor hem zal zijn en dat ik altijd bij hem terug kom. En dat laatste is voor Ticho heel belangrijk. Als ik het vergeet te zeggen dan zegt hij het zelf al. “Mama altijd terug bij Ticho he?” De lieverd. Of we op deze manier op de goede weg zijn, ik heb geen flauw idee, maar we doen ons best.

Bedankt voor het lezen!


Wil je niets missen? Volg me dan op Instagram (@anoukzwager). Vind ik leuk!

Dit vind je misschien ook wel leuk!

1 Comment

  1. Mooi geschreven, en deel je gevoel/mening/ideaal. Hopelijk gaat dat hier ook lukken 😁

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *