Momlife, Persoonlijk

Dit vond ik spannend aan moeder worden

Moeder worden, het was niet iets waar ik al heel mijn leven van droomde. Ja, natuurlijk, op een dag zou ik heus wel kinderen willen, maar voorlopig echt nog niet. Dat liep even anders.

Ik heb het al vaker gezegd: mijn kinderen zijn mijn wereld en ik zou ze voor geen goud meer willen missen. Maar als je mij tien jaar geleden had gevraagd hoe mijn leven er op mijn 28ste uit zou zien, dan had ik zeer waarschijnlijk niet geantwoord: nou, man, koophuis, vaste baan, zoon, dochter… Nee. Die zoon en dochter die zouden pas na mijn dertigste komen. Nou liep het dus allemaal ietsje anders. Er kwam namelijk een man. En toen gingen we samenwonen, plannen maken voor een eigen droomhuis en toen bleek ik zwanger. Op mijn 25e. En dat vond ik best wel spannend. Om de volgende redenen:

#ProjectDroomhuis
Eentje in de categorie ‘het leven valt niet te plannen’. Wij waren al een hele poos bezig met een stuk grond waar we ons droomhuis op wilden laten/gaan bouwen. Ondertussen was het vorige huis verkocht en woonden we bij mijn schoonouders in. En toen bleek ik zwanger. Hartstikke gewenst en ook helemaal gepland, maar we hadden niet verwacht dat het zo snel zou lukken. En we hadden nog precies niks aan ons nieuwe huis gedaan. Op 11 maart ging de eerste paal de grond in én hadden wij de eerste echo. En vanaf dat moment werd alles op alles gezet om ervoor te zorgen dat wij vóór de bevalling onze intrek in ons eigen huis konden nemen. Daar heb ik me regelmatig best wel druk om gemaakt, maar uiteindelijk kwam het goed. Een paar weken voor de uitgerekende datum was ons huis bewoonbaar. Klaar nog niet, maar dat is het as we speak, bijna drie jaar later, nog steeds niet.

De bevalling
Vroeger, toen zwanger worden nog een ver-van-mijn-bed-show was, dacht ik altijd: ik wil dus echt geen kind want dan moet je bevallen en dat lijkt me vre-se-lijk. Toen ik eenmaal zwanger was, was dat ook wel iets waar ik een tikkeltje nerveus van werd. Het feit dat ik bij werkelijk iedere controle te horen kreeg dat ik een grote baby in mijn buik had, zorgde er ook niet voor dat dat gevoel minder werd. Maarrrr, alsof moeder natuur dat zo verzonnen heeft, naarmate de uitgerekende datum dichterbij kwam, voelde ik steeds meer dat ik er klaar voor was. Dat het me ging lukken. De angst en onzekerheid maakten plaats voor nieuwsgierigheid.

De gebroken nachten
Ik ben gewoon niet zo’n vrolijk persoon als je me wakker maakt. En het maakt geen fluit uit op welk moment van de dag je dat probeert, maar middenin de nacht is wel het ergste. Ik zag er dus heel erg tegenop om nachtvoedingen te geven. Of om ’s nachts met een huilende baby op de arm rond te lopen. Uiteindelijk durf ik in alle eerlijkheid te zeggen dat ik gebroken nachten nooit als heel zwaar heb ervaren. In ieder geval niet in de eerste weken. Dat regelt de natuur gewoon, dat je dat trekt en niet omvalt. Dat gebroken nachten echter kunnen aanhouden tot je kind weet ik het hoe oud is (bijvoorbeeld twee jaar en drie maanden…) is wel een kleine tegenvaller. Ik trek een beroerde nachtrust nu veel slechter dan in de newborn-fase, zélfs al gebeurt het maar sporadisch.

Nooit meer uitslapen
Doornroosje, zo luidde mijn bijnaam. Uitslapen was mijn hobby en daar was ik goed in. Vooral in het weekend. Als ik mensen hoorden vertellen dat ze op zondagochtend om 09.00 uur al beneden zaten (met of zonder kids) dan dacht ik: die is niet goed. Voor elven kwam ondergetekende haar bed niet uit hoor. Maar met een klein kind zou dat allemaal veranderen en ik heb me oprecht zorgen gemaakt of ik dat wel zou kunnen. Alleen het idee al van nooit meer kunnen uitslapen maakte me lichtelijk depressief. Inmiddels ben ik er zo eentje die voor dag en dauw al op is en de complete takenlijst heeft afgewerkt. Het went. Echt. Maar ik mis het stiekem nog weleens, dat heerlijk lange uitslapen en voor niets of niemand je bed uit te hoeven komen.

De verantwoordelijkheid
Dat vond ik voornamelijk tijdens de eerste zwangerschap echt wel een ding. Dat je zo’n klein hummeltje in je armen krijgt en dat het vanaf dat moment jouw taak is om te zorgen dat dat exemplaar een beetje fatsoenlijk groot wordt. Ik vond het echt heel erg spannend hoe ik daarop zou reageren. Om me heen vertelde iedereen me dat dat moedergevoel of –instict bij de geboorte op zou borrelen en jawel, dat gebeurde. Niet direct overigens. Ik had een paar dagen nodig om te wennen. Maar sindsdien voel ik me heel erg moeder en is het mijn persoonlijke levensmissie om die kids gezond groot te krijgen. Met normen en waarden. Een goed zelfbeeld. En genoeg slaap. Voldoende eten. Leuke kleren. Alles.

Mijn talenten in de keuken
Tja, voeding uit potjes is echt een no-go volgens de moedermaffia. Maar wat nou als je kookkwaliteiten dusdanig dramatisch zijn dat het alternatief zeer waarschijnlijk nóg slechter is? Daar maakte ik me wel druk om. En niet alleen dat, maar ook het feit dat Robert en ik never nooit groenten aten. Want daar zijn we gewoonweg niet zo dol op. Maar als je kinderen krijgt dan moet je natuurlijk wel het goede voorbeeld geven. En snijbonen serveren, ofzo. Uiteindelijk is dat helemaal goed gekomen. Ik maakte bijna alle hapjes zelf – dat kan dus echt iedere simpele ziel -, haalde net zo lief een potje – want da’s echt geen vergif – en we eten inmiddels drie keer per week groenten/vlees/aardappelen en één keer per week een pasta of ovenschotel. De andere drie dagen zijn we flexibel en valt de keuze vaak op een sateetje, salade, soepje of iets in die trant. En patat. Want echt, daar is nog nooit iemand dood aan gegaan.

“Ik kan het gewoon niet”
Dit heb ik mezelf aangepraat. Want natuurlijk kon ik het wel, liefdevol moederen. Maar ik had er gewoon nooit zo heel erg over nagedacht. Nooit verdiept in allerlei manieren van opvoeden, nooit een boek gelezen over kinderen groot brengen, ik had nog nooit gehoord van rooming-in, van Rapley of van een DKTP-prik. Ik wist niet van het bestaan van een voetenzak, had nog nooit een wipstoel van dichtbij gezien, raakte verdwaald in de jungle van flesjes en spenen en snapte geen bal van al die kledingmaatjes. Het feit dat ik met enige regelmaat te horen kreeg dat ik ‘nog jong’ was, hielp ook niet echt mee. Ik dacht best vaak: hoe ga ik dit doen dan? Hoe zorg ik dat die baby gezond en wel groot wordt? Wat is mijn visie op het ouderschap? Hoe wil ik die rol vervullen? Ik had geen idee. En heel eerlijk: nog steeds niet. Maar het gaat best aardig. Dus mocht je nou (net) voor de eerste keer zwanger zijn en nog totáál niet voor je zien hoe het allemaal zal gaan: adem in en uit en herhaal: “Ik kan het wél.” Want dat is echt zo!

Welke onzekerheden had jij voordat je daadwerkelijk je baby wierp? Waren er dingen waar je je op voorhand heel druk om kon maken? En viel dat achteraf mee?

Bedankt voor het lezen!


Wil je niets missen? Volg me dan op Instagram (@anoukzwager). Vind ik leuk!

Dit vind je misschien ook wel leuk!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *