Momlife, Persoonlijk

Hoe kreeg ik die kids in zo’n chill ritme?

Een vraag die me onwijs vaak gesteld wordt en waar ik heel graag antwoord op wil geven: hoe is het me gelukt om twee van die redelijk makkelijke kinderen te maken?

Het goede nieuws: ik kan wel vertellen hoe wij dat gedaan hebben. Het slechte nieuws: het is een kwestie van geluk. Want ondanks dat ik ervan overtuigd ben dat je een newborn best wel wat gedrag kunt aanleren, zijn er factoren die je totaal niet in de hand hebt die roet in het eten kunnen gooien. Een kind met reflux bijvoorbeeld. Of een baby met het KISS-syndroom. Daar kun je niets aan doen, dat overkomt je. En dan is de kans dus vrij groot dat je het kind in kwestie zonder eerst van de problemen te helpen never-nooit-niet in een chill ritme gaat krijgen. Mocht je het vermoeden hebben dat er bij jouw baby zoiets speelt: schakel je huisarts of een (goede) osteopaat in.

Mocht je – net als ik – een kindje zonder opstartprobleempjes hebben gekregen en jezelf afvragen hoe je die ooit in een normaal ritme gaat krijgen, lees dan gauw verder. Want ik denk dat het ons twee keer best wel aardig is gelukt.

Go with the flow
De eerste weken ga je geen ritme vinden. Dat is nagenoeg onmogelijk. Het enige wat waarschijnlijk voor enige regelmaat zorgt is een voeding. Maar eigenlijk heb ik zeker in de eerste periode niet zo heel erg op de klok geleefd qua voeding. Had de baby honger, dan kreeg de baby drinken. Alles op je af laten komen, gewoon een beetje meeveren, flexibel zijn en vooral genieten. Want hoe zwaar deze periode ook is en hoe vaak je ook denkt dat je never nooit meer structuur gaat vinden en je leven terug zal krijgen: dat gebeurt echt wel. Maar nu nog even niet. Die chille minsdset werkt bovendien niet alleen voor jezelf heerlijk bevrijdend, maar ik ben ervan overtuigd dat je kind daar ook wel wat van meekrijgt. Nou had  (en heb) ik echt wel grenzen aan het aantal prikkels waaraan ik mijn koters blootstel, maar over het algemeen zijn ze wel wat gewend. Dat betekent niet naar dat ik nooit keek (en kijk) naar hoe de kids zich voelen in een bepaalde omgeving. Zijn ze moe? Ziek? Geen zin? Dan sleep ik ze nooit mee en laat ik ze lekker in hun eigen bed slapen. Altijd. Maar gaat het prima? Dan krijgen ze er niks van als ze een keer in een campingbedje slapen of hun oogjes toe doen terwijl ze in de kinderwagen liggen.

Dag en nacht
Als het goed is dan heeft je kraamverzorgster wel verteld dat een baby zonder dag- en nachtritme wordt geboren. Dat moet jij hem of haar dus aanleren. Hoe? Simpel, door overdag het kamertje – of waar de baby dan ook slaapt – licht te houden en in de avond de gordijnen omlaag te doen zodat het donker wordt. Ik weet dat er overigens enorm veel onderzoeken zijn gedaan naar co-sleepen en rooming-in en meer van dat, maar bij ons zijn de baby’s na een paar weekjes op hun eigen kamertje gelegd. Daar knapte iedereen van op. Wij, omdat we niet meer wakker werden van ieder kuchje. De baby, omdat die niet bij ieder kuchje een zaklamp in het gezicht kreeg om te kijken what wat going on.

Geen vaste tijden, wel routine
Zoals ik net al schreef, hebben wij bij beide kids niet echt op vaste tijden geleefd. Ze sliepen als ze moe waren en kregen een fles melk als ze honger hadden. Hoewel we bij Ticho nog wel een beetje keken naar ‘het is al drie uur geleden dus laten we hem maar wakker maken voor zijn fles’ hebben we dat bij Tess echt nooit gedaan. Geen in beton gegoten programma’s, maar wél routine. Voor het slapengaan houden wij altijd dezelfde stappen aan – nog steeds – maar ook qua wassen, schone kleertjes, spelen, slapen: alles gaat altijd in dezelfde volgorde. Ik denk dat we op die manier een zekere voorspelbaarheid hebben gecreëerd waar iedereen hier in huis gewoon heel goed op gaat.

Verschuiving naar vaste tijden
Tja, ik zou willen dat ik de gouden tip der gouden tips had om iedereen een kind van de klok te geven, maar helaas. Die heb ik niet. Dat is bij ons gewoon een soort proces geweest. Een beetje uitproberen en ook een beetje volhouden. Uiteindelijk blijft het aantal flessen op een dag best een poos stabiel (in de eerste weken is dat echt nog heel wisselvallig) en dan kun je daar de rest omheen plannen. Als je je baby leert kennen, dan herken je signalen, weet je wanneer er behoefte is aan slaap of aan melk en daar kun je dan prima op anticiperen. Kleine kanttekening: de eerste weken droeg ik Tess heel veel bij me in de draagdoek en daar deed zij ook bijvoorbeeld alle slaapjes. Daarna vond ik het vooral fijn om aan de slag te gaan met een soort ritme. Er zijn echter ook genoeg vrouwen (en misschien ook wel mannen) die allergisch zijn voor het woord ‘ritme’ en niets liever doen dan hun kind dragen. Daar is helemaal niets mis mee – love dragen, echt – maar een regelmaat en structuur aanbrengen is volgens mij in dat geval best wel lastig.

Slaapgedrag
Uiteraard werden onze kinderen ook midden in de nacht wakker voor een voeding. Gelukkig bleef het bij beide baby’s beperkt tot één keer. Ik weet niet of het echt zo is, maar omdat ik zowel van Ticho als van Tess in de avond ben bevallen, sliepen ze vanaf het allereerste begin al direct wat langer in de nacht (want bijkomen van de lancering). Verder probeerden we bij beide kids om de slaapjes de eerste periode vooral in hun eigen wieg te doen. Boven. Zonder prikkels. Dat ging bij Ticho eigenlijk hartstikke goed en bij Tess was dat even zoeken. Daar heb ik HIER al eens een artikeltje over geschreven. Wij hebben onze baby’s nooit echt laten huilen, maar een beetje jengelen – vaak doen ze dat om prikkels van de dag te verwerken – kan ik mijn ogen geen kwaad.

Het verandert continu
Als je al kinderen hebt dan weet je: denk je eindelijk een chille modus gevonden te hebben, gaat alles heerlijk gestroomlijnd en kun je zowaar spreken van een ritme… dan gooit het kind alles weer om. Dan moet je ineens naar minder flesjes, of beginnen aan vaste voeding, of komt er weer één of ander sprongetje waardoor alles volledig ontregeld. Zo gaat dat nu eenmaal. Ticho is inmiddels ruim twee jaar oud en het geldt zelfs nog voor hem. Denk ik ‘eindelijk, hij slaapt wat langer door dan tot zes uur in de ochtend’ en dan is het vervolgens nóg vroeger. En als ik denk dat hij never nooit van heel zijn leven nog gaat uitslapen, moet ik hem ineens wakker maken om half acht. Het belangrijkste is volgens mij het loslaten. Uiteindelijk komt het echt wel goed.

Wat ik tot slot nog wel belangrijk vind om te melden is dat het zeker weten ook voor een groot deel aanleg is of je kind ontspannen is of niet. Wij hebben twee kinderen waarvan er eentje werkelijk waar altijd chill en zen is (Ticho) en die je eigenlijk nooit hoort én we hebben er eentje die iets actiever is. Nieuwsgieriger, alerter. Daar krijgen we nog wel wat mee te stellen.

Nou, of het heel helpful geweest is weet ik niet, maar je bent in ieder geval tot het einde van dit bijna 1500 woorden tellende epistel gekomen. Wil je nog wat toevoegen? Tips of adviezen delen? Of mijn verhaal tegenspreken? (Ja, dat mag gewoon hoor, want ik schrijf ook maar vanuit mijn eigen ervaring en dat is eigenlijk altijd gebaseerd op gevoel en niet op wetenschappelijke onderzoeken.) Laat gerust een reactie achter. Vind ik heel erg leuk om te lezen!

Bedankt weer!


Wil je niets missen? Volg me dan op Instagram (@anoukzwager). Vind ik leuk! *Volgverzoeken worden bijna altijd gewoon geaccepteerd ;-)*

Dit vind je misschien ook wel leuk!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *