Persoonlijk

Hoe gaat het nu met de opvang?

Als je mij al langer volgt dan weet je dat wij de afgelopen anderhalf jaar af en toe best moeite hebben gehad met het wegbrengen van Ticho. Vandaag vertel ik hoe het nu gaat. Lees je mee?

Al vanaf dat Ticho een maand of drie is brengen we hem naar het kinderdagverblijf. Dat hij daarheen zou gaan, daar heb ik nooit over getwijfeld. Los van het feit dat het nodig is omdat papa en mama nou eenmaal geld in het laatje moeten brengen, is het ook goed voor de ontwikkeling. Op zijn beurt wachten, met andere kindjes spelen, wennen aan drukte en (most important) lekker bezig zijn. In dat opzicht heb ik me dus nooit bezwaard gevoeld. Ik had er alleen niet op gerekend dat mijn zoon zelf enorm verdrietig werd van achtergelaten worden.

Eenkennige kinderen
Het schijnt hartstikke normaal te zijn: eenkennigheid bij kleine kinderen. Iedereen is eng, behalve papa en mama. En oma, misschien. Een gevolg van eenkennigheid is verlatingsangst: het kind is bang dat de personen die hij kent bij hem weggaan (en niet meer terugkomen). En dát kan leiden tot onwijs verdrietige taferelen op de kinderopvang. Want stel je voor dat je daar tot in den eeuwigheid moet blijven…

Been there done that
Ik weet eigenlijk niet of Ticho zijn eenkennigheid en verlatingsangst buitenproportioneel waren, maar geloof me als ik zeg dat we hem met enige regelmaat in tranen ergens hebben achtergelaten. En dat was geen fase. Of nou ja, een hele lange fase dan. Want to be honest gaat het nog steeds – het kind is inmiddels ruim twee – niet altijd van een leien dakje. We merken zeer zeker vooruitgang, vooral in drukke groepen kan hij zich nu veel beter ‘mengen’ en op de opvang is hij inmiddels echt wel op zijn plek, maar dat gaat dus niet zonder slag of stoot en kost zo nu en dan echt nog wel wat moeite.

Huilend naar het KDV
De ellende begon al zodra hij maar in de gaten kreeg dat hij vandaag niet non-stop aan mij of aan zijn vader vastgeplakt kon zitten. Heel het dorp mocht meegenieten van de lange uithalen en het grote verdriet. Als we op het kinderdagverblijf arriveerden dan werd hij zo mogelijk nog verdrietiger en zelfs de allerliefste juffen (die heeft hij namelijk en die konden dus echt helemaal niets doen aan dit gedrag want het lag zeer zeker niet aan hen) konden hem dan nauwelijks troosten. Vaak vertelden ze ons bij het ophalen aan het einde van de dag wel dat die enorme tranen binnen een paar minuten gedroogd waren en dat hij heel de dag lief en vrolijk had zitten spelen. Gelukkig maar.

Ik kan het niet aan
Ticho wegbrengen naar het KDV is in negen van de tien gevallen een taak van zijn vader. Dat is logistiek gezien het beste plan, maar ook voor mijn hart blijkt het de ideale rolverdeling. Want ik ben heus geen enorme emo-mom en ik sta niet te janken als mijn kinderen uit logeren gaan, maar om ‘m nou brullend ergens achter te laten terwijl hij aan mijn been hangt, nee, dat is niet aan mij besteed. Het breekt mijn hart alleen al als ik eraan denk, laat staan als ik de persoon zou zijn die de deur moest dichttrekken. Eenkennigheid bij kinderen kun je volgens mij niet voorkomen (ik dacht ook altijd maar: dan is de hechting in ieder geval goed gelukt) en als je zelf geen kind hebt dat daar zo onwijs veel last van heeft dan durf ik wel te zeggen dat je het je niet voor kunt stellen hoe heartbreaking het is. Maar geloof me: duizend stukjes, je hart. Je voelt je schuldig en verdrietig keer miljoen.

Verdubbel de frequentie
Inmiddels gaat het wegbrengen van Ticho dus een stuk beter. Sterker nog: hij gaat met heel erg veel plezier richting de opvang. Hij kletst honderduit over ‘schooltje’, benoemt welke kindjes en welke juffen hij gezien heeft, roept keihard ‘DOEHOEI’ als hij wil dat we het lokaal verlaten. Het omslagpunt kwam toen wij hem wegens omstandigheden een extra dag naar de opvang moesten brengen. Ik twijfelde enorm, want twee keer per week je koter ‘dumpen’ (zo voelt het gewoon echt) terwijl hij dat helemaal niet leuk vindt is natuurlijk een soort marteling, Voor allebei. Maar ik kreeg het advies om het gewoon eens te proberen. Omdat hij voor die tijd slechts één keer per week ging, had hij misschien te weinig uren om echt te wennen. Tel daarbij op dat hij inmiddels grote broer geworden was en zichzelf ineens heus wel een enorme grote jongen vond en ik meen het, het kind leefde helemaal op.

Hij gaat goed!
Hoe tegennatuurlijk het ook voelde om Ticho ondanks zijn verdriet een extra dag naar het KDV te brengen, was het wel de beste keuze van de afgelopen maanden. In die twee maanden is hij namelijk onwijs gegroeid op zoveel vlakken. Hij is groter, zelfverzekerder, niet meer zo bang voor vreemde mensen, hij heeft veel meer vertrouwen gekregen in zichzelf en hij is gewend aan het reilen en zeilen op zijn ‘opvangdagen’. Alsof hij niet meer iedere week opnieuw moet ontdekken hoe het allemaal werkt op zo’n opvang, maar alsof het meer routine is geworden. Zo kan ik het wel het beste omschrijven denk ik. Dus ja, het gaat nu goed. De laatste keer dat we hem in tranen achterlieten is echt al een paar weken al dan niet maanden geleden. Dat werkt voor mijn moederhart een stuk beter kan ik je vertellen. Ook het wegbrengen naar andere oppasadresjes gaat een stuk beter. Nog niet altijd van harte, maar het is niet meer alsof de wereld vergaat op het moment dat ik (of de vader) vertrek.

Dusssss, mocht jij nu middenin de eenkennige fase zitten en jezelf afvragen wat je eraan kunt doen, onthoud dan: het ligt niet aan jou, je bent geen slechte moeder als je je kind ergens achterlaat omdat je moet gaan werken en het gaat echt over. Het wordt beter. Is jouw kindje aan het einde van de dag op het KDV nog steeds een beetje verdrietig en zijn de tranen niet na een paar minuten gedroogd? Dan zou ik je wel adviseren om eens te kijken naar een andere manier van kinderopvang (bijvoorbeeld een gastouder of een opvang waar dier&natuur meer centraal staan) of een goed gesprek met de leidsters aangaan.

Bedankt voor het lezen!


Wil je niets missen? Volg me dan op Instagram (@anoukzwager). Vind ik leuk!

Dit vind je misschien ook wel leuk!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *