Persoonlijk, Zwangerschap

Mijn bevallingsverhaal

Op 27 juni 2018 om 21.13 uur werd na een snelle en fijne thuisbevalling onze dochter Tess geboren. Die dag ligt inmiddels bijna twee maanden achter ons en het leek me een goed idee om me aan het (veel aangevraagde) bevallingsverhaal te wagen.

Disclaimer: ik vond het enorm lastig om dit op papier te zetten, omdat het best wel wat ‘herinneringen’ oproept en het me deed inzien dat een bevalling dus echt verwerkt moet worden, maar ook omdat het zo ontzettend persoonlijk is. Zelf smulde ik tijdens beide zwangerschappen van bevallingsverhalen – en volgens mij zo ongeveer alle zwangeren met mij – maar ik kan me goed voorstellen dat je dit soort artikeltjes helemaal niets vindt. In dat geval: dit is het moment om weg te klikken.

De uitgerekende datum – 22 juni – gaat stilletjes voorbij. Ik voel zo nu en dan wel wat krampen, maar vind het verder niet noemenswaardig. Ik twijfel ook enorm of dit welbekende voorweeën zijn of dat ik gewoon gek aan het worden ben. Ook de dagen die volgen zijn zoals alle dagen daarvoor: rustig (en warm). Dan wordt het 26 juni. Zelf denk ik al vanaf het allereerste begin dat dit de dag is waarop ik ga bevallen. Geen idee waarom, het is een voorgevoel dat helemaal nergens op gebaseerd is. Uiteraard gebeurt er heel de dag precies niets. Om de tijd wat te doden ga ik met mijn zusje lunchen en in de avond gaan Robert en ik langs mijn zwager en schoonzus. Ik besluit ook nog even voor een theetje naar een vriendin te rijden. Een beetje onder de mensen zijn vind ik prettig. Dan gaat de tijd wat sneller. Als ik bij de vriendin aan mijn warme rooibosthee zit voel ik weer die gekke krampen. Omdat het niet de eerste keer is en het so far helemaal nergens toe geleid heeft, schenk ik er verder geen aandacht aan.

Als ik thuis kom – het is dan rond 21.30 uur – zeg ik tegen Robert dat ik buikpijn heb. Niet heel heftig, maar het is er wel degelijk. Misschien ook wel ietsje erger dan de voorgaande dagen. Denk ik. Maar zeker weten doe ik het niet, want als je eenmaal voorbij de uitgerekende datum bent dan kun je écht niet meer beoordelen wat je nou allemaal wel of niet voelt. Het is een beetje een mindfuck aan het worden. Ik besluit door te lopen naar boven om te gaan slapen. Misschien dat het die nacht wel doorzet. Laten we het hopen…

Op woensdag 27 juni word ik wakker zonder krampen in mijn buik. Ook het matras is nog droog dus mijn vliezen zijn nog intact. Weer geen baby. De teleurstelling die ik voel schuif ik gauw aan de kant. Geen tijd voor en geen zin in: hoewel ik de baby graag in mijn armen wil sluiten besef ik mij heel goed dat het kind er heus wel uit gaat komen en dat dit mijn laatste zwangere dagen zijn. Daar moet ik van mezelf van genieten dus dat is precies wat ik doe. De dag benaderen alsof het er eentje is zoals alle andere. Als ook Ticho uit zijn bed gevist is en we beiden lekker hebben ontbeten, rijden we naar mijn schoonzus. Uiteraard vraagt zij direct hoe het gaat en of ik al wat voel. Ik vertel haar over de krampjes van de afgelopen dagen en spreek meteen uit dat ik denk dat de gynaecoloog – waar voor vrijdag de 29e een afspraak gepland staat – me volgende week wel zal gaan inleiden. Die thuisbevalling of in ieder geval die bevalling zonder medische toeters en bellen is voor mijn gevoel mijlenver. Na een uurtje kletsen, een kop koffie en twee stroopwafels taaien we weer af. “Ik hoop dat je gauw belt dat Ticho komt logeren”, roept mijn schoonzus nog. We hebben met haar afgesproken dat we Ticho daar brengen als de bevalling begint. Dus ja, dat hoop ik met haar mee.

Wat wij tegen niemand gezegd hebben is dat de verloskundige diezelfde middag bij ons thuis langs komt om te checken hoe de spreekwoordelijke vlag erbij hangt. Nu ik veertig weken en vijf dagen zwanger ben, is de kans vrij aannemelijk dat er al wat ontsluiting is en dat zij mij dus kan strippen. Hoewel dit bij Ticho allemaal niets uithaalde en ik het bovendien vreselijk onaangenaam vond, wil ik het deze keer toch weer proberen. You never know, toch? Als de verloskundige binnenkomt en vraagt hoe het met me gaat, vertel ik haar over de krampen die ik gevoeld heb. “Dat klinkt hoopgevend”, zegt ze. “Zullen we dan meteen maar gaan kijken?” Graag. We vertrekken naar de slaapkamer, leggen een matje op het matras en there we go. “Nou, da’s toch al een goede vier centimeter.” Wait. What?! Vier centimeter? Hoe dan? Ik val een beetje stil. Na het strippen zijn het zelfs al vijf centimeters. Gratis en voor niets. Of nou ja, in ruil voor een beetje vage krampen.

“Je lichaam is er klaar voor, maar jij nog niet helemaal geloof ik.” Dat klopt. Bij mijn eerste bevalling deed ik namelijk al weet ik het hoeveel uren over drie centimeter en dat ging gepaard met belachelijk veel pijn. Ik had dit gewoon niet verwacht en voel meteen een soort paniek. Robert is op zijn werk, ik heb nog geen boodschappen gedaan, Ticho ligt te slapen en die wil ik liever niet wakker maken, er ontbreekt nog het één en ander in mijn vluchttas, het huis is een bende en mijn benen zijn niet geschoren. Met de mededeling dat ik voor Ticho maar beter een logeeradres kan regelen en verder vooral kalm aan moet doen vertrekt de verloskundige weer.

Ik bel Robert op zijn werk met het nieuws dat er misschien wel een beetje een bevalling gaat beginnen en dat hij stand by moet blijven. Mijn schoonzus laat ik weten dat het logeerpartijtje waar zij het twee uur eerder over had komende nacht gaat plaatsvinden en mijn moeder en schoonmoeder – die allebei nog even langs zouden komen die middag – laat ik weten dat ze het kopje koffie tegoed houden maar dat ik me niet helemaal jofel voel en dus wil rusten. En dan begint het wachten. Ik merk dat het strippen wat gedaan heeft, want de krampen zijn terug en voelen inmiddels niet meer als ‘lichte krampjes’ maar alsof ik behoorlijk ongesteld moet worden. Nog niet regelmatig en prima te handelen, dat wel. Rond half drie wordt Ticho wakker en dan besluit ik dat Robert maar beter gewoon naar huis kan komen. Die staat een half uur later op de stoep, brengt Ticho weg (wat ik best een emotioneel moment vond, mijn kleine vriendje voor het laatst als enigskind in huis) en gaat nog wat boodschappen doen. Is de koelkast in ieder geval gevuld. Je kunt je maar ergens druk om maken.

Tegen het einde van de middag, terwijl Robert beneden voetbal zit te kijken – de uitschakeling van Duitsland, dat gaan we nooit meer vergeten – ga ik in bad. Met een zak chips. Je bent chipsverslaafd of je bent het niet. Ik hoop eigenlijk dat het bad ervoor zorgt dat de weeën op gang komen maar na een half uur ben ik er wel klaar mee. Het is me te warm en ik kan geen rust vinden. Ik plof uiteindelijk naast Robert op de bank – met een ijsje in plaats van chips want dat weet ik ook altijd wel te waarderen – en kijk een beetje voetbal mee. En dan merk ik dat de krampen toenemen in frequentie. En ze worden venijniger. Ik meld Robert dat hij vooral lekker beneden moet blijven en mij boven mijn gangetje moet laten gaan en dan ga ik weer naar de slaapkamer. Ik ben zo enorm rusteloos. Ik voel een soort combinatie tussen inmiddels vervelende pijn – maar nog wel te doen – en angst – wat staat me te wachten? – en spanning.

Zodra ik mezelf op bed heb genesteld en mijn geliefde voedingskussen tussen mijn benen geklemd zit, start ik de timer nog eens op. Ik neem me voor om nu een uurtje echt goed bij te houden hoe vaak de krampen komen. Na drie kwartier is het duidelijk: om de vier minuten. En de intensiteit neemt toe. Ik durf inmiddels wel te spreken van (lichte) weeën die ik actief moet wegzuchten. Tijd om de verloskundige te bellen. Zij belooft mij dat ze rond half zeven – een uur na het telefoontje – komt kijken hoe het ervoor staat. Prima denk ik op dat moment. Maar de pijn wordt snel erger en omdat die eerste vijf centimeter min of meer heel easy zonder pijn gefikst waren, ben ik bang dat het nu ineens heel snel zal gaan. Het uur dat volgt voelt als vier dagen.

Het is 18.45 uur als ik een vertrouwde stem hoor. De verloskundige. Eindelijk. Ook Robert komt mee naar boven – die heeft braaf naar me geluisterd en liet me al die tijd met rust – en het is direct alsof mijn lijf voelt dat het mag gebeuren. De tijd tussen de weeën neemt af en de pijn neemt toe. “Dit ziet er serieus uit”, zegt de verloskundige. Ik mompel iets over dat het zeer zeker serieus is en dat ik niet meer in staat ben om een grap te maken én dat ik graag wil dat ze checkt hoe het er ontsluitingstechnisch voorstaat. Zo gezegd zo gedaan: zes centimeter. En dat valt stiekem toch een beetje tegen. Ik krijg een flashback naar de bevalling van Ticho, toen de ontsluiting voor geen meter vorderde. De moed zakt me nog verder in de schoenen. Als het zo doorgaat dan duurt dit festijn nog wel even en ik weet niet hoe ik dat ooit ga overleven. Met m’n thuisbevalling.

De verloskundige besluit mijn vliezen te breken en dan, beste mensen, dan gaat het los. Dít zijn weeën. Alles van de voorgaande uren stelde niets voor. Peanuts was dat. Omdat ik veel heb gehoord dat het prettig is om onder de douche te gaan staan (of zitten) en daar wee na wee op te vangen ga ik naar de badkamer. Die warme straal op mijn rug voelt inderdaad fijn maar dat is niet van hele lange duur. Ik wil er weer onderuit. Ik wil in bed liggen. Zonder geluid. Zonder aanrakingen. Gewoon in mijn eigen bubbel. Dus dat is wat we doen. Inmiddels is ook de kraamverzorgster gearriveerd en als rond 20.00 uur de dienst van de eerste verloskundige erop zit en haar collega in de slaapkamer staat voelt het alsof mijn ‘team’ compleet is. We kunnen aan het werk!

Wat er vervolgens met me gebeurt kan ik niet goed omschrijven. De angst en paniek verdwijnen volledig en ik voel me enorm sterk. Ik kan dit. Dit gaat lukken. Nog eventjes en dan is onze dochter er. Daar doen we het voor. Ik vóel dat het goed komt en heb heel veel vertrouwen in de situatie, in Robert, in de kraamverzorgster en in de verloskundige. En in mezelf. Met de kraamverzorgster op rechts en Robert op links sluit ik mijn ogen en vang ik wee na wee op. In redelijke stilte. Op een gegeven moment draai ik naar mijn linkerzij en bij de eerstvolgende wee merk ik dat deze houding voor iets extra’s zorgt. Ik heb mijn lichaam niet meer onder controle, terwijl dat in het voorgaande uur wel het geval was. Het puffen wordt moeilijk en ik heb het gevoel dat de baby er al half uit hangt.

“Je krijgt persdrang”, meldt de verloskundige mij. Ik vind het een gekke gewaarwording. Tijdens de bevalling van Ticho genoot ik van een ruggenprik en heb ik dat gevoel dus nooit gehad. Die prik zat zo goed dat ik echt volledig verlamd was. Omdat ik blijf roepen dat ze eruit komt, besluit de verloskundige te kijken of ik al volledige ontsluiting heb. Acht centimeter is de teleurstellende conclusie. Met de boodschap dat ik echt nog niet mee mag persen maar deze nare weeën weg moet zuchten moet ik het doen. Omdat ik inmiddels op mijn rug lig en merk dat de intensiteit afneemt, besluit ik om nooit meer terug te keren naar die linkerzij. Daar denken mijn supporters rondom het bed anders over. “Anouk, je moet weer naar je linkerzij.” “Nee.” “Jawel, want dan vordert de ontsluiting sneller.” “Kan me niet schelen ik ga niet naar mijn linkerzij.” “Dan ben je er wel sneller vanaf.” Eindstand: ik rol mezelf weer een kwartslag om.

En dan gaat het snel. Een minuut of wat later wordt de persdrang extreem en kan ik echt niet anders meer dan meegeven. Een stemmetje in mijn hoofd zegt dat ik moet blijven puffen en zuchten als mijn onderkant me lief is, maar mijn lichaam luistert niet. De baby komt eruit. En nu écht. Maar precies op dat moment wordt de verloskundige op de spoedlijn gebeld. Aangezien ik vijf minuten eerder op acht centimeter zat en niemand verwacht dat dat ineens zou doorschieten naar volledige ontsluiting loopt ze de gang op om het telefoontje aan te nemen. Terwijl ik haar op de gang hoor bellen – en ook hoor hoe zij probeert het gesprek af te kappen – gil ik dat ze NU DIRECT TERUG MOET KOMEN. Robert heeft door dat ik het meen en meldt de kraamverzorgster dat ze de verloskundige moet roepen. Waar ik al die tijd heel rustig en kalm was, voel ik nu wel een beetje paniek. Ik weet niet meer wat ik moet doen en alles wat ik probeer is kansloos want mijn lichaam gaat volledig haar eigen gang. Er is gewoonweg niet tegenop de puffen en zuchten.

De verloskundige komt terug de kamer in, werpt een blik tussen mijn benen en ziet dat ik gelijk heb: er is volledige ontsluiting en onze meid wil eruit. “Als je nu goed naar me luistert komen we er zonder schade vanaf.” Dat klinkt me als muziek in de oren en ik neem me voor om braaf te doen wat zij me oplegt. Dat lukt niet helemaal want onze dochter heeft haast. De verloskundige vraagt me vervolgens of ik haar zelf wil aanpakken. Ik weet even niet wat ik hoor. Zelf aanpakken? Achteraf gezien had me dat best wel mooi geleken, maar op dat moment kan het me niet schelen of ikzelf, de verloskundige of Sinterklaas haar aanpakt. “Nee, haal haar er alsjeblieft gewoon uit!”, is mijn reactie.

Zo gezegd zo gedaan. Bij de eerstvolgende wee – amper twee minuten na de start van de persfase, om 21.13 uur op 27 juni 2018 – is ze daar: Tess Emma Lieke. Na een bevalling die voor mijn gevoel pas begon bij de gebroken vliezen en dus slechts tweeënhalf uur geduurd heeft. Ze wordt bij mij op mijn borst gelegd en begint meteen te huilen. Ik kan alleen maar naar haar kijken. Ze is er gewoon. En ik heb het gedaan. Thuis. In ons eigen bed. Samen met Robert en de twee (eigenlijk drie, want ik ben de verloskundige die het eerste deel gedaan heeft niet vergeten) meest fantastische professionals die ik me had kunnen wensen. Ik ben niet zo heel erg goed met emoties, dus om heel eerlijk te zijn voel ik verder niet zoveel. Of tenminste, ik voel geen tranen van blijdschap, geen overlopend hart van geluk. Ik ben eventjes van de wereld – figuurlijk dan.

Robert knipt de navelstreng door, ik krijg een prik om de placenta geboren te laten worden – denk je alles gehad te hebben, moet dat ding er ook nog uit – en er vinden wat kleine restauratiewerkzaamheden plaats. Dat ‘goed luisteren om er zonder schade vanaf te komen’ liep niet helemaal zoals gepland maar dat is wel mijn allerlaatste zorg op dat moment. Na een half uurtje kom ik weer bij mijn positieven. Tess ligt nog steeds bij me en maakt nog net zoveel herrie als toen ze geboren werd. Deze meid heeft goed functionerende stembanden en een enorme longinhoud, dat moge duidelijk zijn. Ik houd haar handje vast, bewonder haar lieve gezichtje, haar droge huidje, haar lange vingers, haar donkere haartjes. En dan voel ik het: ik ben verliefd op dit nieuwe mensje. Er zijn nog steeds geen tranen – ik heb denk ik geen traanbuizen – maar de liefde is er niet minder om. Dit kleine meisje, onze dochter, geboren om voor altijd van te houden. Ons geluk is compleet.

Het is inmiddels iets na 22.00 uur. De verloskundige neemt Tess van me over, doet een aantal testjes, meet haar lengte op en legt haar op de weegschaal. Ze is 51 centimeter, weegt 3810 gram en scoort verder hartstikke prima. Onze dochter is – voor zover dat nu te beoordelen valt – kerngezond. “Mag ik gaan douchen?”, vraag ik als alles goed lijkt te zijn. Ik voel me vies – het is immers bloedheet geweest en de temperaturen in de slaapkamer zijn vergelijkbaar met die van een tropische dag op de Antillen – en ben toe aan een shampoo, douchegel en facewash. Ik moet eerst eten en drinken. No problemo want na dat ijsje tijdens Duitsland-Zuid-Korea heb ik niets meer gegeten of gedronken. Ik giet een flesje water achterover en trek een Snelle Jelle uit mijn nachtkastje. Dan strompel ik naar de badkamer. Ondertussen belt Robert onze familie om te vertellen dat ze weer opa/oma/oom/tante zijn geworden. Ook licht hij onze vrienden en vriendinnen in.

Als ik uit de badkamer kom – met schone haren, een schoon gezicht en gepoetste tanden – en de slaapkamer binnenstap, is er werkelijk niets meer dat verraadt dat er nog geen uur eerder een baby geboren werd. Alle smerige zooi is weg, mijn bed is schoon en fris opgemaakt, Tess is keurig aangekleed en krijgt haar eerste flesje van papa en er wordt gezellig gekletst. We laten onze ouders, broers en (schoon)zussen weten dat ze langs kunnen komen om de nieuwste familieaanwinst te bewonderen en binnen een kwartier, zo’n anderhalf uur na de bevalling, staan ze met z’n allen in de slaapkamer. Die hadden net zoveel haast als Tess! Ik vind het allemaal wel gezellig, ik ben mega trots, voel me supergoed en wil natuurlijk best even pronken met de kleine meid.

Maar op dat moment mis ik ook iemand. Ticho. Hij hoort hierbij. Hij is óók onderdeel van ons gezin en onze familie. Ik weet dat het het meest verstandige is om hem op het logeeradres te laten slapen en de volgende ochtend uitgebreid de tijd te nemen voor een eerste kennismaking met zijn zusje, maar het voelt toch alsof we hem buitensluiten. Ik wil er niet te lang bij stilstaan want die traanbuizen waarvan ik eerder schreef ze niet te hebben zouden zomaar eens kunnen gaan functioneren als ik aan mijn kleine vriendje blijf denken. Morgen is hij er weer en dan gaat hij de komende zestien jaar niet meer uit logeren. Echt niet.

Het is tegen half twaalf als zowel de familie als de verloskundige vertrokken zijn. We bespreken nog wat dingen met de kraamverzorgster – Hoe werkte het kraamdossier ook alweer? Wat moeten we doen als Tess haar temperatuur daalt? Wanneer moet ze een fles? En hoeveel moet er in die fles? – en als ook zij ons huis verlaat zijn we met z’n drietjes. Nog niet helemaal compleet, maar voor nu even wel. We leggen Tess in haar prachtige familiewieg en blijven nog een poosje naar haar staren. Onvoorstelbaar dat dit kleine meisje al die tijd in mijn buik gewoond heeft. Dat ze in die negen maanden gegroeid is van een paar cellen die je met het blote oog niet eens kunt waarnemen tot dat schattige roze pakketje. Met alles erop en eraan. Inclusief stembanden ja.

Uiteindelijk is het rond 01.00 uur als Robert naar Ticho zijn kamer vertrekt om daar te slapen. Een nachtje gescheiden is voor iedereen het beste. Robert heeft meer slaap nodig dan ik en is bovendien een stuk vermoeider. Hij slaapt slecht door de babygeluidjes en ik kan niet pitten als hij naast me ligt te ronken. Dus. Als de lichten in Huize de Jong allemaal uit zijn kan ik de slaap natuurlijk niet vatten en tot het volgende flesmoment lig ik met mijn telefoon te spelen en alle binnengekomen berichten te beantwoorden. Ik geloof dat het een uur of vier is als de baby voldaan ligt te knorren, de man een kamer verderop het Kralingse bos om ligt te zagen en mijn eigen luikjes ook dichtvallen. Wat een dag!

Ik kijk met een ontzettend fijn gevoel terug op mijn tweede bevalling. Het was voor mij echt een cadeautje om na de zware eerste bevalling ook deze ervaring te mogen krijgen. Thuis, mijn eigen bed, mijn eigen veilige plekje, fijne mensen om me heen, een ontspannen sfeer, alles zó bewust meemaken en uiteindelijk beloond worden met een wolk van een baby. Ik ben enorm trots op mijn lichaam, mijn kracht, de rust en de energie die ik tijdens de bevalling voelde, maar ook op Robert die mij (weer) door alles heen gesleept heeft. Het is een waardevolle herinnering geworden die ik voor altijd blijf koesteren. Bevallen is geen pretje en mooi, romantisch en geweldig zou ik het absoluut niet noemen, maar als het dan toch moet, dan maar zo.

Ik zou in principe nog een keer bijna 4000 woorden kunnen schrijven over heel de situatie, maar we gaan het hierbij laten. Heel veel informatie hebben jullie al kunnen lezen – onder andere over de kraamtijd (KLIK), de eerste ontmoeting met Ticho (KLIK), mijn herstel (KLIK), de eerste nacht met baby (KLIK) en de eerste Happy Moments met Tess in ons leven (KLIK). Mocht je nou nog iets willen weten, een prangende vraag hebben, behoefte aan een artikeltje over een specifiek onderwerp of wat dan ook: stuur me gerust een berichtje (hier op de site, via de mail, via Facebook of via Instagram)!

Bedankt voor het lezen <3

Mocht je op de hoogte willen blijven van alles wat in ons leven gebeurt, volg me dan op Instagram (@anoukzwager). Daar deel ik regelmatig updates én meld ik het als er een nieuwe blogpost op de site staat!

PS. Niet helemaal passend bij dit bevallingsverhaal maar ik wil het tóch even benoemd hebben. Toen ik beviel van Ticho kreeg ik uiteindelijk een ruggenprik. Omdat ik zo vaak hoorde en las dat mensen zo ontzettend trots op zichzelf waren omdat ze het ‘helemaal zelf’ en ‘zonder pijnbestrijding’ voor elkaar gebokst hadden om een kind op de wereld te zetten, heb ik best weleens gedacht dat ik me aanstelde. Dat die ruggenprik onnodig was. Dat ik een kleinzerige meut geweest was. Nu ik zónder pijnbestrijding ben bevallen kan ik twee dingen met zekerheid zeggen:

1. Ik ben niet trotser op de ene bevalling dan op de andere bevalling. In beide gevallen heb ik het namelijk zelf gedaan. Niet de verloskundige, niet de man, niet de buurvrouw en niet de Kerstman. Ikzelf. Mijn lichaam. En dat daar de eerste keer wat verdovende toestanden voor nodig waren maakt het absoluut niet minder ‘zelf gedaan’. Uiteindelijk lag ik namelijk met een gehechte doos in bed en niemand anders.
2. Ik ben tijdens de eerste bevalling niet kleinzerig geweest. Het was toentertijd een slopende aangelegenheid zonder schot in de zaak. Het was simpelweg niet vol te houden. Lichamelijk niet, maar vooral mentaal niet. Dat weet ik nu, want dit keer was het op beide gebieden wél vol te houden. Tijdens de eerste bevalling was de ruggenprik mijn redding en ik vind het hartstikke fijn dat die mogelijkheid er is. Mocht je dus ooit in de situatie komen dat je ontzettend graag de stoere meid uit wil hangen door zonder pijnbestrijding te bevallen maar op het moment suprême toch niet meer zo zeker van je zaak zijn: je bent geen loser als je voor een ruggenprik of welke andere vorm van medicatie ook kiest. 

Dit vind je misschien ook wel leuk!

9 Comments

  1. Tranen..38 weken zwanger dus hormonen doen hun werk😉
    Maar het stukje dat je dan je ander kindje mist kan ik me zo goed voorstellen en zetten hier de traanbuizen open..

    1. Ahh mooi compliment, thanks! Jaa toen Tichootje wegging was echt het enige moment waarop ik wel kon janken. Mijn kleine vriendje die zonder dat hij het besefte grote broer zou worden haha. Succes met de laatste weekjes van je zwangerschap!

  2. Hear hear… erg mooi om te lezen en het toeval wil dat ik ook 38 wkn zwanger ben en nu al een aantal uren regelmatige krampen heb… dit verhaal geeft de burger moed! En een huilbui ja, dat ook 🙂

  3. Oh wauw, ik heb dit verhaal in een ruk uitgelezen (en dat terwijl de baby al enige tijd flink op mijn blaas drukt 😉 ), wat heb je dit ontzettend mooi omschreven. Ik hoop dat mijn bevalling ook lekker soepel gaat verlopen, al ben ik ‘bang’ voor het ergste. We gaan het meemaken en hopelijk kijk ik er net zo mooi op terug als jij nu kan.

    1. Ahhh wat een mooi compliment zeg. Dankjewel! Komt bij jou ook vast goed. Het gaat zoals het gaat en gelukkig is de pijn maar tijdelijk. Ik geloofde mensen nooit als ze zeiden ‘je bent het daarna weer vergeten’ en nee, ik ben het zeker niet vergeten, maar de scherpe randjes zijn er echt wel af. Dus even doorbijten en dan lekker genieten van je kindje!

  4. Hoi hoi,
    Wat heb je, je bevallings verhaald boeiend “verteld “. Ook al ben ik zelf 24 jaar geleden voor het laatst bevallen, is het, nu nog steeds, indrukwekkend te lezen hoe iedere vrouw haar bevalling ervaart. Het mooie van deze tijd is, de manier hoe jullie alles wat met zwangerschap en bevallen te maken heeft, benaderen, goed kunnen verwoorden en hierover Blogger.
    Mijn dochter is 6 weken geleden bevallen van haar tweede dochter. Ik ben soms jaloers op deze tijd, zo bewuster jullie leven. Maar daar tegenover is het soms ook wel lastiger, met zoveel bemoeizucht.
    Succes met je kleintjes.

    1. Wat lief, dankjewel! Ik begrijp wel wat je zegt inderdaad, dat was vroeger wel heel anders natuurlijk. Maar lekker genieten van de kleinkinderen en dat dan maar extra bewust doen is ook fijn 🙂 Bedankt!

  5. Hoewel ik het een mooi verhaal vind. Doet vooral het laatste stukje me goed. Na 3 dagen inleiden en de laatste dag waarop de ontsluiting op 4 cm bleef hangen voor een aantal uur toch een ruggenprik genomen. Die weeënstorm die door het infuus zo heerlijk werden opgewekt kon ik niet meer weg puffen. Daarna heb ik me zo af en toe zo’n slappe muts gevonden terwijl het gewoon belachelijk lang duurde en vermoeiend was. Ik heb na deze bevalling het idee gehad dat ik niet mee heb gedaan aan het ‘echte’ werk. Dus, dankjewel dat je ook dit nog belicht en het voor mij even lekker relativeert!

    1. Ohhh wat herkenbaar! Ik voelde het precies zo. Vooral als mensen zeiden ‘ik ben blij dat ik het zonder pijnbestrijding heb gedaan’. Alsof het met pijnbestrijding minder knap/bijzonder/whatever is. Alsof we bij het inchecken al om verdoving hebben gevraagd. Man, ik lag al twee dagen weeen weg te puffen en zat na 24u op drie hele centimeters. Ik kón niet meer. Als die ruggenprik er niet was geweest dan lag ik er nu nog. Of ik was uit het raam gesprongen. Dus het ‘echte werk’ hebben we gewoon meegemaakt hoor en het is hartstikke fijn dat die ruggenprik heeft geholpen. Iedere bevalling is anders – ik kan ‘t nu weten – en je kunt echt absoluut niet inschatten hoe iemand de pijn ervaart. De pijn bij Tess was duizend keer beter behapbaar dan de pijn bij (ingeleide) Ticho. Dus wees trots op jezelf, want je hebt eerst negen maanden een mens geproduceerd en daarna op de wereld gezet!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *